#294: Het leed is al geleden

Op 2 november 2018 vond het anti-corruptiecongres plaats van de Bijzonder Strafrecht Academie. Tijdens dit congres sprak onder andere professor Huisman, criminoloog bij de VU. Hij doet onderzoek naar de niet-juridische impact van strafrechtelijke onderzoeken en vervolgingen op verdachten in fraude onderzoeken. Deze niet juridische impact zou wat ons betreft echter wel degelijk juridische gevolgen moeten hebben.

Professor Huisman constateert dat er een veelvoud aan criminologische onderzoeken zijn naar het nut en het ondergaan van straffen in het commune recht. Er bestaan echter nauwelijks onderzoeken naar de gevolgen voor fraude verdachten.

Een van de belangrijkste doelen van het straffen van veroordeelde daders is leedtoevoeging. Het idee hierachter is dat sprake dient te zijn van vergelding en preventie. Maar welke leedtoevoeging kent het strafrecht eigenlijk?

Professor Huisman gaf tijdens het anti-corruptiecongres een eerste inkijkje in de resultaten van zijn onderzoek. Hij gaf aan dat er vier fases te zijn onderscheiden; het strafrechtelijk onderzoek, de terechtzitting, de straf en de periode na het uitzitten van de straf. In al deze fases van het strafrechtelijk proces vindt een vorm van leedtoevoeging plaats. Dit leed bestaat onder andere uit het volgende:

  1. de mentale gesteldheid van deze persoon (stress/angst);
  2. de gevolgen voor de privé sfeer (relaties, echtscheiding);
  3. de gevolgen voor de zakelijke contacten (ontslag/in elkaar storten van de business);
  4. De gevolgen voor sociaal maatschappelijke status (je wordt gemeden binnen bepaalde kringen/er wordt geroddeld).

Als deze vier niet juridische gevolgen van een strafrechtelijk proces worden gemeten binnen de vier fases van het strafrechtelijke traject dan komt daar een opmerkelijk beeld uit naar voren. De gevolgen voor de mentale gesteldheid, de privé relaties, de zakelijke contacten en de sociaal maatschappelijke status worden het ergst ervaren gedurende het opsporingsonderzoek en de periode waarin de terechtzittingen plaatsvinden. Het uitzitten van de straf zelf in een gevangenis en de periode daarna geven een veel rustiger beeld.

Wat kunnen wij hiervan nu leren? Ten eerste is het goed om je als advocaat te realiseren dat een langdurig proces niet altijd in het belang van de verdachte is. Het is daarom goed om hierover te spreken met je cliënt. Het recht op een proces binnen een redelijke termijn lijkt hiermee aan extra betekenis te winnen.

Een ander aspect is dat het grootste leed in wezen al is geleden bij de einduitspraak. Wat het resultaat daarvan ook is. Ook een vrijgesproken verdachte is in wezen al gestraft door de gevolgen die een langdurige strafzaak met zich brengt. Verder zouden wij menen dat rekening gehouden dient te worden met deze vormen van leedtoevoeging in de strafmaat. Is het nog wel opportuun om een veroordeelde een gevangenisstraf uit te laten zitten terwijl de leedtoevoeging daarvan beperkt is en het zwaarste leed als is geleden? Wat ons betreft in ieder geval een belangrijk argument in een strafmaatverweer. Sommige rechters houden reeds rekening met deze omstandigheid in het bepalen van de strafmaat, maar het onderwerp verdient zeker meer aandacht. Wij kijken uit naar de verdere resultaten van het onderzoek van prof. Huisman.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl

Geen reacties

Plaats een reactie