#293: Een geslaagde ‘dappere poging’

Vorige week gingen we in op het onderwerp dat feitenrechters die een forse overschrijding van de redelijke termijn constateren het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren. Dat is wat ons betreft een terecht signaal. De verdachte heeft simpelweg recht op een berechting binnen een redelijke termijn. Dat is een fundamenteel recht verankerd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De jurisprudentie van de Hoge Raad is op dit punt weinig daadkrachtig te noemen. Als het aan de Hoge Raad ligt leidt termijnoverschrijding niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Blijkens het arrest van 17 juni 2008 leidt dit enkel tot strafkorting. Het kan er echter wel toe leiden dat een veroordeling zonder oplegging van straf een uitkomst kan zijn.

In het arrest van 16 oktober 2018 oordeelde de Hoge Raad over een zaak die ging over het als particulier voorhanden hebben van professioneel vuurwerk. De feiten dateren van oktober 2010. De Rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een geldboete van € 7.500.

Hof Amsterdam heeft op 25 juli 2017 een veroordeling zonder oplegging van straf uitgesproken ex artikel 9a Wetboek van Strafrecht. Het Hof heeft vastgesteld dat de procedure in eerste aanleg een periode van vier jaren en drie maanden heeft bestreken met een aanzienlijk gedeelte van inactiviteit. In deze zaak is het hof met de rechtbank van oordeel dat in eerste aanleg de redelijke termijn, welke te doen gebruikelijk gesteld wordt op twee jaren, met drie jaren is overschreden. Naast dit gegeven baseert het Hof zich ook op de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene.

Het Openbaar Ministerie klaagt tegen het gebruik van artikel 9a Wetboek van Strafrecht en de motivering daarvan. Uit de conclusie van advocaat-generaal mr. Machielse is af te leiden dat het middel klaagt dat ‘een strafreductie met 100 % op grond van de in deze zaak vast te stellen schending van de redelijke termijn onbegrijpelijk is gelet op de uitgangspunten die de Hoge Raad heeft geformuleerd in zijn leerstellige arrest van 17 juni 2008, zeker nu het hof zelf heeft aangegeven dat een gevangenisstraf van dertig maanden waarvan tien voorwaardelijk een passende straf zou zijn voor de feiten waarvoor verdachte is veroordeeld’.

De advocaat-generaal vindt dat het middel terecht is voorgesteld. Daarbij verwijst hij naar de ernst van de feiten die het Hof ook onderkent en het feit dat de Hoge Raad bij schending van de redelijke termijn volstaat met vermindering van de opgelegde straf. De Hoge Raad beslist echter contrair. Het door de advocaat-generaal als ‘dappere poging’ bestempelde schriftuur op tegenspraak van de verdediging redt het wel. In die schriftuur wordt benadrukt dat het Hof niet alleen de overschrijding van de redelijke termijn aan de motivering van de straf ten grondslag legt.

De Hoge Raad oordeelt in lijn met de visie van de verdediging dat de motivering van het Hof niet onbegrijpelijk is. Ons inziens is dat een terecht oordeel. Daarmee is de uitspraak van het Hof bekrachtigd waarin het Hof ook aandacht vraagt voor het gemak waarmee de redelijke termijn in zaken wordt overschreden. Het Hof oordeelt:

“Overigens staat deze zaak in dit opzicht niet op zich. Meerdere vergelijkbare zaken die onder (eind)verantwoordelijkheid van het Functioneel Parket zijn uitgevoerd, laten deze weinig voortvarende aanpak zien voordat ze uiteindelijk bij de rechtbank worden aangebracht. Telkens is het tijdsverloop onverklaarbaar, laat staan te rechtvaardigen. Dat is een zorgwekkende constatering ook in onderhavige zaak als één van een reeks vergelijkbare zaken.”

Zou deze opmerking ook hebben meegespeeld bij het oordeel van de Hoge Raad? En zou langzaam maar zeker meer aandacht komen voor de noodzaak van een prikkel richting het Openbaar Ministerie om zaken voortvarender te behandelen en recht te doen aan de rechten als vervat in artikel 6 EVRM? Een dergelijke ontwikkeling is wat ons betreft meer dan welkom.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl

Geen reacties

Plaats een reactie