#291: Het EHRM tikt Nederland op de vingers

Recent is de in 1973 verfilmde bestseller uit 1968 ‘Papillon’ in een moderner jasje gestoken. Het verhaal gaat over de Franse Papi die het begaan van een moord in zijn schoenen geschoven krijgt en daarvoor wordt veroordeeld. Hij verlaat met vele andere gedetineerden Frankrijk en moet zijn straf uitzitten in het overzeese gebied Frans Guyana. Dat laat Papi zich echter niet zonder verzet gebeuren. Niet alleen de volhardendheid van Papi om zijn vrijheid terug te krijgen is opmerkelijk, dat geldt ook voor de erbarmelijke omstandigheden voor de gedetineerden. Maar dat zijn vervlogen tijden, toch?

In ons eigen koninkrijk niet heel ver van Frans Guyana blijken de omstandigheden voor gedetineerden evenmin rooskleurig. In de zaak Corallo t. Nederland van 9 oktober 2018  heeft een Italiaan in voorlopige hechtenis geklaagd bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) vanwege de erbarmelijke omstandigheden in de cel waarin hij in afwachting van overlevering aan Italië verbleef. Met succes.

Het begon allemaal op 21 November 2017 toen het gerecht in Rome een verzoek had ingediend voor arrestatie van de verzoeker in verband met een onderzoek naar onder meer belastingontduiking, witwassen en verduistering. Op 13 december 2016 heeft Italië via Interpol een arrestatiebevel – een Red Notice – laten uitgaan om verzoeker aan te houden op Sint Maarten met het doel hem uit te leveren aan Italië. Hij verbleef vervolgens tot zijn overlevering op 16 augustus 2017 in een cel op het politiebureau in Philipsburg. Aanvankelijk in een cel met meerdere verdachten. Later in een cel alleen. Zijn verzoek om te worden overgeplaatst naar Point Blanche gevangenis was niet mogelijk volgens de autoriteiten uit veiligheidsoverwegingen. Verzoeker heeft gedurende zijn verblijf herhaaldelijk verzocht om schorsing van zijn gevangenhouding in afwachting van de beslissing om uitgeleverd te worden. Steeds tevergeefs.

Hij klaagt bij het EHRM dat onder meer artikel 3 van het EVRM is geschonden vanwege de omstandigheden in de politiecel waar hij gedurende maanden is vastgehouden. Uit de uitspraak van het EHRM is op te maken dat de betrokkene in een cel is geplaatst van 16 vierkante meter voor de periode van 13 december 2016 tot 29 maart 2017. Ook van 4 tot 12 april 2017 heeft hij daar door gebracht. Dat was geen cel voor hem alleen. Hij heeft de cel steeds met 5 tot 6 personen moeten delen. Over deze cel staat het volgende in de uitspraak:

“The toilet in the multi-occupancy cell had leaked and had not been covered. Detainees had partitioned off the sanitary area with towels and sheets. The multi-occupancy cell had been equipped with two sets of bunk beds for four detainees. It was the rule rather than the exception that one or two additional detainees were held in the cell, who during the night would sleep on mattresses on the floor.”

Namens de Staat werd aangevoerd dat verbeteringen in de detentie faciliteiten van het politiebureau in Philipsburg waren doorgevoerd zoals aanbevolen door ‘the Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment of Punishment’ (CPT). Namens de Staat is verder aangevoerd dat wegens gebrek aan gedetailleerde informatie niet op de stellingen gereageerd kan worden. De Staat heeft de door verdachte gestelde omstandigheden echter niet betwist. De omstandigheden waaronder de verdachte vast werd gehouden werden gekwalificeerd als “niet ideaal”. Maar een schending van artikel 3 EVRM zou niet aan de orde zijn.

Het EHRM is het daar niet mee eens en tikt Nederland op de vingers omdat artikel 3 van het EVRM is geschonden nu de betrokkene meer dan acht maanden gevangen is gehouden – waarvan 114 dagen in een cel met meerdere personen – in een cel waarvan de CPT heeft geoordeeld dat personen hier niet langer dan drie dagen kunnen verblijven, maar zeker niet langer dan tien dagen. De faciliteit is simpelweg volstrekt ongeschikt om mensen gevangen te houden. Het EHRM kent de verzoeker een schadevergoeding toe.

Naar onze mening is dit oordeel terecht. De Staat dient – ook in overzeese gebieden – zorg te dragen voor gevangenhouding in omstandigheden die ten minste voldoen aan het minimum voor mensenrechten. De omschrijving van de omstandigheden van het eerste deel van de gevangenhouding met veel anderen in een cel bedoeld voor gevangenhouding van drie dagen, met lekkende niet afgesloten toiletten, roept het in door Papillon omschreven beeld op. Dat was destijds al volstrekt onder de maat. En dat is het nog steeds.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

Geen reacties

Plaats een reactie