#287: Confirmation bias in het Nederlandse strafproces

Dat het strafvorderlijke stelsel vele uitdagingen kent voor de verdediging is na ruim vijf jaar Vaklunch.nl duidelijk naar voren gekomen. De advocaat heeft in het strafproces maar één taak en dat is het dienen van de belangen van zijn cliënt, de verdachte. In de praktijk blijkt dat niet altijd een eenvoudige of eerlijke strijd. Zeker nu het strafvorderlijk stelsel zo is ingericht dat de politie en andere opsporingsinstanties bepalen wat er in het dossier zit. Het dossier op basis waarvan de rechter na het onderzoek ter zitting dient te bepalen of het tenlastegelegde al dan niet bewezen kan worden verklaard. Hoewel het strafvorderlijk stelsel niet vereist dat de verdediging voorafgaand aan de zitting zijn visie met de rechter deelt, zijn er steeds meer advocaten die die vrijheid wel nemen in het belang van hun cliënt. Maar past dit nog wel bij een modern strafproces?

In vaklunch #214 schreven wij over de wijze waarop het strafvorderlijk systeem werkt. De rechter bereidt zich voor aan de hand van het dossier dat is samengesteld door de opsporingsinstantie onder leiding van de Officier van Justitie. In de regel is in dat dossier geen ontlastend materiaal opgenomen. Ondanks het feit dat de officier van justitie aan waarheidsvinding zou moeten doen. Anders dan in een civiele procedure kent het strafrecht geen schriftelijke rondes in het proces. Een ‘ander geluid’ dan het belastende onderzoekswerk kent de rechter dus in beginsel niet als het onderzoek ter zitting start. Het moment suprême voor de verdediging vindt dan voor het eerst ter zitting plaats.

Uitgangspunt bij de modernisering van het wetboek van strafvordering is dat de verdediging eerder in het strafrechtelijk onderzoek worden betrokken. Het zwaartepunt zal wijzigen naar het voorbereidend onderzoek. Dat roept de vraag op of die wijziging voldoende is om de verdachte om een eerlijk proces te geven. In dat kader wijzen wij jullie graag op de bijdrage van D.A.G. van Toor die onlangs verscheen in Platform Modernisering Strafvordering. In de bijdrage getiteld ‘Het dossier als fundament voor de rechterlijke beslissing’ legt Van Toor glashelder bloot waar de angel in het systeem zit. Van Toor schrijft dat het systeem erop is ingericht om bewijs te vinden voor de verdenking. Van Toor schrijft:

‘Door de werkwijze met een tenlastelegging en het verstrekken van belastend bewijs wordt een scenario aan de rechter voorgelegd waarin de verdachte de dader is en kan de rechter deze hypothese bevestigen met het in het dossier beschikbare bewijs. Er is dan sprake van confirmation bias (…).’

Ook schrijft Van Toor dat de wijze waarop het dossier wordt opgebouwd en de wijze waarop de rechter daarvan ter voorbereiding van de zitting kennis neemt het onmogelijk maakt dat de rechter het onderzoek op de terechtzitting onbevooroordeeld leidt. Zodra iemand kennis heeft is hij simpelweg bevooroordeeld. Daarbij speelt alles een rol. Zelfs de wetenschap dat 95% van de zaken in beginsel leiden tot een veroordeling.

Maar dit soort algemene kennis kan niet worden weggenomen van een rechter. Zou het dan niet beter zijn om alle andere vooroordelen zoveel mogelijk weg te nemen? En de rechters dus onvoorbereid naar de zitting te laten gaan? Of moeten we er juist voor zorgen dat de rechter zich evenwichtig voorbereid, door voorafgaand aan de zitting kennis te nemen van zowel het belastende als het ontlastende materiaal en naast de beschuldigingen van het Openbaar Ministerie ook alvast van de verweren van de verdediging?

Ons inziens begint het ermee dat alle procespartijen zich bewust zijn van het effect van de inrichting van ons systeem zoals Van Toor beschrijft. Een belangrijke tip die zij daarbij geeft is dat het effectief zou zijn als opsporingsinstanties ook inzichtelijk maken welke opsporingshandelingen geen belastend bewijs hebben opgeleverd. Dat is voor de verdediging, maar mogelijk ook voor de rechter, belangrijke informatie. En wellicht leidt deze bewustwording er ook toe dat een deel van de zittingscombinatie onvoorbereid naar de zitting komt, zoals Van Toor aanbeveelt. Wij juichen het van harte toe als er rechters zijn die zich geroepen voelen om deze test uit te voeren. Wellicht dat ook daar een begin kan worden gecreëerd in het scheppen van de hoognodige ruimte voor het goed uitoefenen van hun functie.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl

Geen reacties

Plaats een reactie