#276: Sepots en vergoedingen

Indien een strafzaak eindigt zonder oplegging van een straf of een maatregel kan de gewezen verdachte aanspraak maken op vergoeding van de advocaatkosten. Artikel 591(a) Sv geeft daarvoor de wettelijke grondslag. In Vaklunch #224 gaven wij reeds aan dat er geen eenduidige lijn is te ontdekken in het toekennen van een vergoeding. De rechter kan overgaan tot het toekennen van een vergoeding als hij daartoe gronden van billijkheid aanwezig acht. De praktijk leert dat als een strafzaak is geëindigd met een sepot, de sepotcode ofwel de reden van het sepot van invloed kan zijn op de hoogte van de vergoeding. Dit kan ook reden zijn om een wijziging van de sepotcode te vragen aan de officier van justitie. Maar wat als de officier van justitie daaraan niet wil meewerken? Twee recente uitspraken laten twee mogelijkheden zien.

Uit een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 2 juli 2018 blijkt dat de officier van justitie een zaak heeft geseponeerd met als reden “feit van betrekkelijk geringe aard/omvang”. De verzoeker heeft toen om een wijziging van de sepotcode gevraagd. Verzocht is om een technisch sepot 02 vanwege onvoldoende bewijs. De officier van justitie is hiermee niet akkoord gegaan. Daarop heeft de verzoeker gevraagd toch de vervolging voort te zetten zodat de rechtbank een oordeel zou kunnen geven over het bewijs. In dat kader is een klacht ingediend ex artikel 12 Sv bij het Gerechtshof Amsterdam. Dit beklag is afgewezen omdat de verzoeker geen belang zou hebben bij zijn eigen vervolging. Het zuiveren van zijn naam is geen objectief bepaalbaar belang dat wordt gedekt door artikel 12 Sv. Daarmee is de zaak definitief tot een einde gekomen.

In de procedure aangaande de kostenvergoeding is erkend dat ook het sepot met als reden “feit van betrekkelijk geringe aard/omvang” aanleiding geeft om de advocaatkosten (gedeeltelijk) te vergoeden. Eveneens toewijsbaar zijn de kosten die gemaakt zijn in de procedure tot wijziging van de sepotcode. Echter biedt de kostenvergoedingsprocedure ex artikel 591a Sv geen ruimte voor vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand die verzoeker als klager in een artikel 12 Sv procedure heeft gemaakt. Hiertoe verwijst de rechtbank naar een uitspraak van het Hof Arnhem. Een artikel 12 procedure is dus kennelijk niet de weg om een sepotcode teniet te doen. Sterker nog, deze kosten worden vervolgens ook niet vergoed.

Een andere uitspraak van de rechtbank Noord-Holland geeft een charmante oplossing als de officier van justitie de sepotcode niet wil aanpassen: de kostenprocedure zelf. In deze kostenprocedure-procedure oordeelt de rechtbank namelijk dat de zaak tegen verzoeker op onjuiste gronden is geseponeerd aangezien geen sprake was van een bewijsbare zaak. Het Openbaar Ministerie had de zaak dan ook niet mogen seponeren wegens beleidsredenen in de ogen van de rechtbank aangezien een technisch sepot de aangewezen modaliteit was. Om die reden acht de rechtbank het billijk een kostenvergoeding toe te kennen. De rechtbank wijzigt hiermee natuurlijk niet de sepotcode zelf maar op zijn minst ligt er een rechterlijke uitspraak waarin wordt geoordeeld over de gronden van het sepot.

Wij zouden menen dat elke sepotcode een billijkheidsgrond kan vormen voor een toekenning van een vergoeding voor de advocaatkosten. Het is dan ook aan ons om voldoende billijkheidsargumenten in de waagschaal te leggen. In ieder geval toont de rechtbank Noord-Holland aan dat ook een beleidssepot tot een vergoeding van de kosten kan leiden dan wel dat kan worden bepleit dat een onjuist sepot is afgegeven waardoor billijkheidsredenen bestaan om een vergoeding toe te kennen.

Mocht je vragen hebben over het voorgaand of van gedachten willen wisselen met ons, neem dan contact op via boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

Geen reacties

Plaats een reactie