#275: Nieuwerwetse Telegrammen

Hoewel velen onder ons de Telegram alleen nog kennen als een app waarmee berichten kunnen worden verstuurd, stamt de telegram zelf uit het tijdperk waarin nog geen smartphones bestonden. Het woord ‘telegram’ is samengesteld uit de Griekse woorden ‘tele’ (ver) en ‘gramma’ (brief of schrijfsel). Een telegram is een geschreven bericht dat over een openbaar telecommunicatienetwerk wordt verstuurd. Aanvankelijk was dat per telegraaf en later per telex. Inmiddels is Telegram met name bekend als chatdienst. Het is in 2013 ontwikkelt door twee Russische broers en is een met Whatsapp vergelijkbare applicatie (app) waarmee gebruikers berichten naar elkaar kunnen versturen. Hierbij maakt Telegram gebruik van end-to-end encryptie waardoor berichten zijn versleuteld en dus niet toegankelijk zijn voor derden. Ook kan een timer worden ingesteld die de berichten bijvoorbeeld een minuut na het openen ervan vernietigd. De nationale opsporingsdiensten kijken met argusogen naar deze applicatie. Als men het gebruikt, dan heeft men kennelijk wat te verbergen is de gedachte.. En als opsporingsinstanties dan toegang hebben tot een telefoon van de verdachte waarop telegram geïnstalleerd is, mogen zij de berichten in telegram dan ook zomaar lezen?

Binnen het Nederlandse OM rekent end-to-end encryptie op weinig sympathie, omdat gebruikers daarmee hun activiteiten weten te verhullen en ongrijpbaar blijven voor opsporingsautoriteiten. Het OM signaleerde al begin 2016 dat de huidige opsporingsbevoegdheden onvoldoende soelaas bieden in geval van encypted data, daaronder begrepen Telegram-berichten. Het Openbaar Ministerie is op zoek naar manier om toch toegang te kunnen krijgen tot de berichten. Een manier om dat te vergemakkelijken in de toekomst is de Wet Computercriminaliteit III. Op 26 juni 2018 – gisteren – is het voorstel door de Eerste Kamer aangenomen. Op de effecten hiervan komen in wij een latere vaklunch nog terug. Immers, in de lopende zaken hebben partijen te maken met de bestaande wettelijke mogelijkheden.

De rechter-commissaris van Rechtbank Midden-Nederlands heeft zich recent uitgelaten over de vraag welke status berichten in de app Telegram hebben. In die zaak draait het om een op 26 maart 2018 in beslag genomen mobiele telefoon. Op basis van artikel 94 Sv is onderzoek verricht aan de telefoon en zijn onder meer berichten bekeken in de app Whatsapp. Sinds de inbeslagneming heeft de telefoon geen verbinding meer gemaakt met het internet. De verwachting is dat zodra dat gebeurd, berichten binnenkomen via onder meer Telegram. De officier verzoekt om een machtiging van de rechter-commissaris om op basis van artikel 101 Wetboek van Strafvordering – de bepaling waarin een machtiging van de rechter-commissaris om ongeopende post in te zien vereist is – inzage te nemen in de telegramberichten die binnenkomen nadat de telefoon verbinding maakt met het internet.

De rechter-commissaris oordeelt in deze zaak dat er voldoende parallellen zijn tussen een ongeopend poststuk en de binnenkomende berichten in telegram die kort na het lezen worden vernietigd door de app, om de berichten op te vatten als het openen van een gesloten poststuk. Het verschil is volgens de rechter-commissaris enkel dat bij een poststuk een postvervoerbedrijf tussenkomt en dat een elektronisch bericht automatisch binnenkomt. De eerbiediging van het briefgeheim blijft gewaarborgd. De rechter-commissaris acht de vordering toewijsbaar.

De grote vraag die opkomt is hoe dit praktisch wordt uitgevoerd. Uit de casus blijkt niet goed of op alle berichten in Telegram een timer zit waarna het vernietigd wordt, of dat er ook ongeopende berichten in Telegram staat. De rechter-commissaris zegt wel dat de kans groot is dat het enkel om niet gelezen berichten gaat die de officier zal aantreffen, maar enige zekerheid geeft het niet. Had de rechter-commissaris hiervoor niet een bijzondere voorwaarde moeten stellen?

In navolging van het arrest van Hof Amsterdam waarin de doorzoeking van een smartphone op basis van artikel 94 Sv toelaatbaar is geacht – zie ook Vaklunch #156 – volgen steeds meer manieren om toegang te krijgen tot smartphones en de apps waarin berichten zijn opgeslagen. Het Openbaar Ministerie zoekt naar manieren om toch toegang te krijgen tot digitale informatie. De rechtspraak lijkt daaraan graag mee te werken. Wellicht was die ouderwetse telegram zo gek nog niet.

Mocht je vragen hebben over het voorgaand of van gedachten willen wisselen met ons, neem dan contact op via boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

 

Geen reacties

Plaats een reactie