#257: Strafbare valkuilen

Fraude onderzoeken kenmerken zich door enorme omvangen. Dat uiteindelijk veel ordners van het procesdossier overbodig blijken als het écht tot een zitting komt zal menig rechter, officier van justitie en advocaat beamen. Het enorme aanbod aan opsporingsmiddelen leidt tot een evenzo groot aanbod aan in beslag genomen materiaal. En het komt vaak voor dat zich in dat materiaal informatie bevindt waarvan de verdachte zich afvraagt hoe men daar aan is gekomen. Veelal wordt tijdens het onderzoek gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een vordering tot uitlevering van opgeslagen of vastgelegde gegevens ex artikel 126nd Wetboek van Strafvordering (Sv) uit te vaardigen. Deze vordering mag niet aan een verdachte worden gericht. Dit kan bijvoorbeeld de adviseur, de bank of de vermogensbeheerder zijn. De vordering verplicht diegene tot het verlenen van medewerking én tot geheimhouding, ook – of wellicht juist – tegenover de verdachte. In een recente zaak liep een verdenking van schending van deze geheimhoudingsplicht met een sisser af.

Tegen een vordering ex artikel 126nd Sv staat de route van het klaagschrift ex artikel 552a Sv open. Reden om te klagen is er bijvoorbeeld als geen sprake is van een misdrijf in de zin van artikel 67, lid 1, Sv. In deze procedure kan bijvoorbeeld ook worden geklaagd over de onzorgvuldige of veel te ruime formulering van het verzoek om gegevens. Een dergelijke vordering mag geen ‘fishing expedition’ zijn. Met name als er een contractuele geheimhoudingsrelatie bestaat tussen degene aan wie de informatie wordt verzocht en de verdachte is het van belang dat er niet ‘zomaar’ aan een dergelijke vordering wordt meegewerkt. Meewerken terwijl de vordering niet deugt kan immers leiden tot schending van de geheimhoudingsverplichting ten op zichte van de eigen klant.

Als geen sprake is van een reden om tegen de vordering te klagen, is degene aan wie de vordering is gericht verplicht mee te werken. Hoewel de adressant van de vordering mogelijk in gewetensnood komt ten opzichte van de verdachte na ontvangst van een dergelijke vordering zal de – in de praktijk gebruikelijke – mededeling van de opsporingsambtenaar dat het niet meewerken aan de vordering een strafbaar feit oplevert ervoor zorgen dat adressant zich niet bedenkt. Het niet voldoen aan deze vordering is strafbaar gesteld in artikel 184, lid 1, Wetboek van Strafrecht (Sr). Schending van deze verplichting wordt bestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.

Op de vordering prijkt in de regel ook nog een andere ‘waarschuwing’, namelijk de mededeling dat artikel 126bb, lid 5, Sv een geheimhoudingsverplichting met zich brengt voor de getuige aan wie de vordering is gericht. Opzettelijke schending daarvan levert een strafbaar feit op ex artikel 272 Wetboek van Strafrecht en kan worden bestraft met gevangenisstraf van maximaal een jaar of geldboete van de vierde categorie. In de zaak waarin Rechtbank Amsterdam op 24 januari 2018 vonnis wees werd de verdachte vervolgd voor schending van die geheimhoudingsplicht door te ‘verklappen’ aan de verdachte dat een strafrechtelijk onderzoek liep. Het bewijs daarvoor was echter niet voldoende. Enkel is sprake van een getuigenverklaring waaruit blijkt dat de adressant van de vordering aan de verdachte op wie het onderzoek ziet heeft gemeld dat de politie gegevens over diegene had opgevraagd. Tegenover deze belastende verklaring stond echter de ontkennende verklaring van de verdachte (van het schenden van de geheimhoudingsplicht) en de medeverdachte in het ‘hoofdonderzoek’. Omdat de regel ‘één getuige is geen getuige’ nog altijd opgaat, heeft de Rechtbank deze verdachte vrijgesproken. Ons inziens geheel terecht.

Hoewel het niet vaak voorkomt dat een vervolging plaatsvindt op basis van schending van de geheimhoudingsplicht in relatie tot (bijvoorbeeld) de vordering 126nd Sv, is het aan de verdediging om – naast kritische beoordeling van de vordering op zichzelf – de betrokkenen te behoeden voor deze valkuilen.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

Geen reacties

Plaats een reactie