#246: Tijdsverloop en getuigenverklaringen

In Vaklunch #091 schreven wij over het feilbare geheugen van de mens. Tijd is een van de meest belangrijke factoren die van invloed is op de betrouwbaarheid van het geheugen. Een studie die wij toen aanhaalden waaruit volgt dat tijdsverloop van grote invloed is op de betrouwbaarheid van een verklaring is het onderzoek van R. Hoselberg e.a. getiteld ‘Individual differences in the accuracy of autobiographical memory’. Immers blijkt uit deze studie dat mensen vaak hun eigen ervaringen van bijvoorbeeld zes maanden geleden niet (eens) meer herinneren als zij deze teruglezen, maar ook vice versa. Een recent arrest van het Hof Amsterdam laat zien dat tijdsverloop van grote invloed kan zijn op de uitkomst van een zaak.In deze zaak bestond een verdenking van mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg omdat de verdachte op de neus van het slachtoffer zou hebben geslagen waardoor de neus van het slachtoffer gebroken zou zijn. Deze mishandeling zou in mei 2016 hebben plaatsgevonden. In het dossier zat een aangifte van het slachtoffer en een getuigenverklaring. Die getuige was echter pas vijf maanden na de aangifte gehoord. Hoewel het slachtoffer en de getuige beide verklaarden dat de verdachte een klap heeft gegeven en daarmee een gebroken neus heeft veroorzaakt, constateert het Hof ook dat de verklaringen op springende punten uiteenlopen.

Het Hof oordeelt dat er voldoende wettig bewijs voorhanden is voor een bewezenverklaring, maar dat het Hof niet de overtuiging heeft gekregen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Het Hof legt daaraan ten grondslag dat het onderzoek naar de mishandeling in een dusdanig laat stadium is gedaan dat de feitelijke gang van zaken niet meer op een betrouwbare wijze kon worden vastgesteld. Het Hof kan daarom niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid vaststellen dat de verdachte de aangever heeft geslagen en evenmin dat het de verdachte is geweest die de gebroken neus van de aangever heeft veroorzaakt. De verdachte wordt daarom vrijgesproken.

Het tijdsverloop is dus een belangrijke omstandigheid die kan worden aangevoerd bij het beoordelen van de bewijswaarde van een verklaring. Zeker als de diverse verklaringen in het dossier op belangrijke punten van elkaar verschillen. Hoewel de getuigenverklaringen dan wettige bewijsmiddelen zijn op grond van artikel 339, lid 1, sub 3 van het Wetboek van Strafvordering speelt de overtuiging van de rechter nog altijd een cruciale rol.

Het is dus in de verdediging van strafzaken steeds van belang om na te gaan hoeveel tijd is verstreken tussen het moment dat het vermeende feit heeft plaatsgevonden en de getuigenverklaring. Dit kan immers een belangrijk argument zijn om de bewijswaarde van de getuigenverklaring aan de orde te stellen bij de rechter.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

Geen reacties

Plaats een reactie