#242: Fiscale vormverzuimen

Artikel 8:42 Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat het bestuursorgaan alle op de zaak betrekking hebbende stukken dient te overleggen aan de rechter in een beroepsprocedure. Als het bestuursorgaan de op de zaak betrekking hebbende stukken niet of niet volledig overlegt, dan kan de bestuursrechter op basis van artikel 8:31 Awb de gevolgen die hij wenselijk acht verbinden aan dit verzuim. De gevolgen die de bestuursrechter aan het niet (volledig) overleggen van de op de zaak betrekking hebbende stukken kan verbinden zijn de gegrondverklaring van het beroep, een veroordeling tot schadevergoeding of een veroordeling in de proceskosten. Het is ook mogelijk dat de rechter (slechts) volstaat met de constatering van het gebrek. Maar wanneer is nu eigenlijk sprake van een op de zaak betrekking hebbend stuk in de zin van artikel 8:42 Awb?In de wet is niet gedefinieerd wat verstaan moet worden onder ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’. De Hoge Raad heeft in 2008 geoordeeld  dat op de zaak betrekking hebbende stukken alle stukken zijn die bij de besluitvorming van de inspecteur een rol hebben gespeeld, behalve stukken die gerechtvaardigd geheim worden gehouden (artikel 8:29 Awb). Ook stukken die worden betrokken bij de beoordeling van een bezwaar hebben aldus betrekking op de zaak. Deze stukken dienen door de inspecteur in het geding te worden gebracht.

In de recente jurisprudentie is een tendens te bespeuren die de rechtsbescherming als het aankomt op artikel 8:42 Awb inperkt. Steeds vaker kiezen bestuursrechters ervoor om de omvang van het dossier niet al te hoog op de prioriteiten lijst te zetten. Zie daartoe bijvoorbeeld de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 januari 2017. In deze zaak gaat het om correctie inkomstenbelasting en draait het geschil rondom artikel 8:42 Awb om overleggen van interne taxatiedossiers – de taxatierapporten die wel in het geding zijn gebracht zijn daarop gebaseerd – en WOZ-schermprinten. Belanghebbende heeft aangegeven deze stukken te willen controleren.

Ten aanzien van de interne taxatiedossiers had de rechtbank geoordeeld dat deze moesten worden overlegd. In hoger beroep oordeelt het hof dat deze geen rol hebben gespeeld bij de besluitvorming van de inspecteur in bezwaar. De inspecteur heeft deze dossiers pas in beroep opgevraagd. Op basis van artikel 8:42 Awb komt het hof tot de conclusie dat deze niet op de zaak betrekking hebben. Ten aanzien van de WOZ-schermprinten oordeelt het hof dat ‘[n]u belanghebbende als eigenaar van de panden zelf beschikt over deze WOZ-beschikkingen en derhalve zelf in staat is de door de Inspecteur gehanteerde waarden te controleren, de Inspecteur niet gehouden [is] schermprints van de door gemeenten aangeleverde digitale bestanden over te leggen’.

Advocaat-generaal IJzerman komt in zijn zeer lezenswaardige conclusie  van 25 september 2017 – die op 20 oktober 2017 is gepubliceerd – tot een andere conclusie. Hij concludeert dat ook sprake kan zijn van een op de zaak betrekking hebben stuk indien de belanghebbende voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat het stuk van enig belang kan zijn geweest voor de besluitvorming van de inspecteur, ook als dat indirect zou zijn doordat het stukken zijn die aan rapportages in het dossier ten grondslag liggen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de interne dossiers waar de taxatierapporten op zijn gebaseerd. De onderliggende stukken kunnen immers doorwerken in die taxatierapporten die de inspecteur heeft betrokken bij zijn besluit. Daarnaast meent de advocaat-generaal dat de schermprints van de WOZ-beschikkingen wel moeten worden overgelegd, zelfs indien de stukken in het bezit zijn van belanghebbende. Nu niet in geschil is dat de Inspecteur over schermprints beschikt en belanghebbende er gemotiveerd om vraagt, moeten die in het dossier worden gebracht.

Het oordeel van de advocaat-generaal strookt ons inziens met de bedoeling van artikel 8:42 Awb. Daarnaast brengt deze uitleg –in plaats van de beperkte variant van het hof– met zich dat ook de rechter in staat zal zijn de rapportages en de stukken te beoordelen. Ook dat komt de rechtspraak ons inziens ten goede. Wij zien uit naar de ontknoping door de Hoge Raad.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

Geen reacties

Plaats een reactie