#226: Strafrechtelijke invloed op de fiscaliteit

Dat ook aan de professional een boete kan worden opgelegd op basis van de Awb zal niemand zijn ontgaan. Deelnemingsvormen uit het strafrecht zijn komen ‘overwaaien’ naar het bestuursrecht. Sinds 1 juli 2009 is kan op basis van artikel 5:1 Awb niet alleen een boete worden opgelegd aan degene die de overtreding pleegt, maar ook aan degene die de overtreding medepleegt. Vanaf 1 januari 2014 zijn de deelnemingsvormen voor de fiscaliteit nog verder uitgebreid. Op basis van artikel 67o AWR zijn ook de doen pleger, de uitlokker en de medeplichtige beboetbaar. Uit een WOB verzoek is eind vorig jaar gebleken dat van artikel 67o AWR in de praktijk nog geen gebruik was gemaakt. Een handjevol boetes was al wel uitgedeeld aan medeplegers. En inmiddels is daarover de eerste jurisprudentie verschenen. Hieruit blijkt ten minste dat kennis van strafrechtelijke leerstukken onontbeerlijk is in dergelijke procedures.

Rechtbank Gelderland liet zich in de uitspraak van 24 april 2017 uit over de vergrijpboete die is opgelegd aan een notaris. De overtreding was het opzettelijk ten onrechte terugvragen van overdrachtsbelasting. De pleger was al beboet voor deze overtreding en de Rechtbank laat de boete voor de notaris ook in stand, zij het enigszins verminderd omdat de verzochte teruggaaf niet aan de notaris zelf ten goede is gekomen. Op de uitspraak van de Rechtbank is echter het nodige aan te merken. Voor de motivering ervan verwijst de Rechtbank naar een arrest van de Strafkamer van de Hoge Raad van 14 april 2015 en concludeert dat sprake is van medeplegen omdat een voldoende nauwe en bewuste samenwerking bestond tussen pleger en medepleger. Maar aan het dubbele opzet van de medepleger – opzet op de samenwerking en opzet op het strafbare feit – dat vereist is om tot een ‘veroordeling’ voor medeplegen te komen is geen aandacht besteed. Dit vereiste is in de conclusie van de advocaat-generaal bij het arrest waar naar is verwezen wel nogmaals benoemd. Kennis van strafrechtelijke leerstukken is in dergelijke procedures aldus van groot belang.

Uit de uitspraak blijkt ook dat getwist kan worden over de vraag of de overtreding is gepleegd voor of na invoering van de medepleegboete bepaling. De Rechtbank gaat aan het verweer dat reeds voor 1 juli 2009 de handeling zou zijn gepleegd voorbij. Welk bewijs voor de onderbouwing van die stelling is aangeleverd blijkt niet goed uit de uitspraak. Maar ook hier liggen mogelijk nog kansen in hoger beroep. Over deze zaak zal ook op dit punt het laatste nog niet gezegd en geschreven zijn.

Overigens kunnen in een dergelijke boeteprocedure ook andere punten interessant zijn. Zo is in paragraaf 2.6 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst opgenomen dat toestemming moet worden verleend door de directeur van het organisatieonderdeel en het Directoraat-Generaal van de Belastingdienst voor het opleggen van de vergrijpboete. Het is wel van belang alert te zijn op dit vereiste.

Ook andere formele punten – zoals het krijgen van gelegenheid om binnen een redelijke termijn te reageren op de aankondiging van de boete ex artikel 5:53, lid 3, Awb – kunnen van belang zijn. Dat het geven van een onredelijke termijn daartoe geen fatale gevolgen heeft voor de boete is recentelijke nog eens duidelijk gemaakt door de Hoge Raad. In die zaak had het Hof op basis van de bijzonder beperkte termijn om te reageren op de kennisgeving de boete verminderd met 40%. In cassatie wordt daar tegen opgekomen omdat het Hof ten onrechte niet heeft vastgesteld wat het nadeel van de betrokkene zou zijn geweest. De Hoge Raad casseert de zaak onder verwijzing naar het arrest van 1 oktober 2014 en verwijst de zaak naar Hof Amsterdam. In laatstgenoemd arrest is overwogen dat sprake is van ‘nadeel’ indien de inspecteur met kennis van de gegevens die belanghebbende zou hebben kunnen verschaffen een lagere boete zou hebben opgelegd. Deze toets is nogal arbitrair. Immers het is aan de discretie van de inspecteur of hij een lagere boete oplegt. Hier is aldus een taak weggelegd voor de verdediging/gemachtigden door het geleden nadeel door de betrokkene nader te onderbouwen zodat een beroep op boete vermindering succesvol kan zijn.

Heb je vragen hierover of wil je van gedachten wisselen over een deelnemingsboete? Neem dan contact met ons op via boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

 

 

 

Geen reacties

Plaats een reactie