#213: ‘Het blauwe afpakhuwelijk’

Het Openbaar Ministerie klopt zichzelf veelvuldig op de borst als het gaat om het afpakken van crimineel geld. Vorig jaar werd een recordbedrag van 402 miljoen euro afgepakt. Maar dat is niet genoeg: Rob van Laar (financieel rechercheur bij de landelijke recherche) deed vorige week een oproep aan de toekomstige minister van Veiligheid en Justitie. In zijn afstudeeronderzoek genaamd ‘Het blauwe afpakhuwelijk’ was hij met name kritisch op de samenwerking tussen de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie. Hij roept op tot betere samenwerking tussen de Belastingdienst en het OM en voor meer ruimte voor financieel rechercheurs om in witwaspraktijken te duiken met het kennelijke doel om meer crimineel geld af te pakken via de Pluk-ze wetgeving. Voordat de oproep wordt beoordeeld door de Minister lijkt het ons goed om ook nog eens te kijken naar de grenzen van de Pluk-ze wetgeving aangezien de Hoge Raad steeds duidelijkere grenzen stelt. Het Openbaar Ministerie wordt de laatste tijd veelvuldig teruggefloten. Hierover schreven wij bijvoorbeeld in Vaklunch #212 en #202. En daar kan het arrest van Hoge Raad van 4 april 2017 aan worden toegevoegd.

De ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is een maatregel en geen straf. De ontnemingsmaatregel beoogt namelijk geen leedtoevoeging. Het is geheel gericht op herstel van de financiële situatie voor het strafbare feit. De ontnemingsprocedure staat in het teken van het bepalen van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de omvang daarvan. De ontnemingsmaatregel heeft aldus een reparatoire karakter. Dit uitgangspunt wordt nog weleens uit het oog verloren blijkt uit een arrest van de Hoge Raad over vervolgprofijt.

In de onderliggende zaak bepaalt het Hof  onder andere dat het wederrechtelijk verkregen voordeel op € 182.267,45 moet worden vastgesteld. Ten aanzien van het vervolgprofijt beslist het Hof dat de veroordeelde over een periode van 8,5 jaar rente heeft kunnen (doen) genereren over voornoemd bedrag dan wel aan rente heeft kunnen besparen doordat hij geen geld hoefde te lenen. Dit geldt niet voor het bedrag van € 5.685 waar justitie beslag op heeft kunnen leggen. Het rentetarief is door het Hof geschat op 2% per jaar. Het Hof stelt op basis daarvan het vervolgprofijt vast op € 30.088,22.

De Hoge Raad zet een dikke streep door deze redenering van het Hof. De Hoge Raad herhaalt nog eens duidelijk dat de ontnemingsmaatregel een reparatoire karakter heeft en dat derhalve alleen het voordeel mag worden ontnomen dat de betrokkene in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald. Dit geldt dus eveneens voor eventueel vervolgprofijt. Of de veroordeelde rente had kunnen behalen door het op een bankrekening te storten is dus niet relevant. Aangesloten dient te worden bij de specifieke omstandigheden van het geval. Als de veroordeelde het geld dus had liggen onder zijn matras dan heeft hij geen rente gegenereerd en kan dit dus ook niet als vervolgprofijt worden aangemerkt.

De Hoge Raad doet de zaak vervolgens om doelmatigheidsredenen zelf af en vermindert de betalingsverplichting met het bedrag van € 30.088,22 dat zag op het vermeende vervolgprofijt. Een zeer terecht arrest van de Hoge Raad wat ons betreft, waarbij de contouren van het speelveld van de ontnemingsmaatregel steeds duidelijker worden.

Heb je vragen over de ontnemingsmaatregel of wil je verder spreken over het voorgaande? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

Geen reacties

Plaats een reactie