#192: Klagen over verschoningsrecht

Het verschoningsrecht ligt onder vuur. Toch blijft het één van de belangrijkste privileges van een advocaat. In vaklunch #027 en #103 besteedden wij al aandacht aan dit onderwerp. Het verschoningsrecht is een fundament van de bijstand die de advocaat aan – bijvoorbeeld – een verdachte verleent. Die verdachte moet immers alles met zijn advocaat kunnen delen in het belang van zijn zaak, zonder dat het risico bestaat dat die informatie kan worden afgedwongen door opsporingsinstanties. De verschoningsgerechtigde documenten blijven echter niet altijd onder de verschoningsgerechtigde. Vaak heeft zijn cliënt ook dergelijk materiaal in zijn bezit. Maar hoe wordt het verschoningsrecht dan gewaarborgd tijdens een doorzoeking bij die verdachte? En wie beslist daarover? De Hoge Raad wees hier onlangs twee interessante arresten over.

Artikel 98 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat documenten van een verschoningsgerechtigde niet in beslag worden genomen, tenzij de verschoningsgerechtigde daarvoor toestemming verleent. De geheimhouder bepaalt in beginsel zelf of sprake is van verschoningsgerechtigd materiaal. Echter tijdens zoekingen is die geheimhouder zelf veelal niet aanwezig. Zoals beschreven in vaklunch #103 is het van belang dat tijdens een doorzoeking wordt aangegeven waar zich geheimhoudersinformatie bevindt.

Als onduidelijkheid bestaat over de vraag of sprake is van verschoningsgerechtigd materiaal, wordt het materiaal in een verzegelde envelop gedaan en beslist de rechter-commissaris daar later over. In vaklunch #103 is deze procedure verder toegelicht. Het gebeurt in de praktijk nog wel eens dat tijdens een doorzoeking niet wordt opgemerkt dat verschoningsgerechtigd materiaal in beslag wordt genomen. Als de opsporingsambtenaar daar na de zoeking achter komt dient hij het materiaal aan een ‘geheimhoudersofficier’ te geven die voormelde procedure dan alsnog in gang kan zetten.

Tegen de inbeslagneming van (verschoningsgerechtigde) documenten kan een klaagschrift worden ingediend in de zin van artikel 552a Sv door de verdachte. Ook de verschoningsgerechtigde kan tegen de beslissing van de rechter-commissaris een klaagschrift indienen ingevolgde artikel 98, lid 4, Sv. In voorkomende gevallen wordt het klaagschrift door de raadkamer echter al behandeld, terwijl de rechter-commissaris nog niet heeft beslist over het materiaal in de verzegelde envelop. Maar kan de raadkamer dan toch al beslissen op het klaagschrift? In de praktijk komt het voor dat de raadkamer de klager die een beroep heeft gedaan op verschoningsrecht niet-ontvankelijk verklaart omdat de rechter-commissaris nog geen beslissing heeft genomen over de vraag of de opsporingsinstanties kennis mogen nemen van het materiaal. Ook komt het voor dat het klaagschrift ongegrond wordt verklaard in afwachting van de beschikking van de rechter-commissaris. Met deze laatste oplossing heeft de Hoge Raad in de arresten van 25 oktober 2016 en 8 november 2016 korte metten gemaakt.

In beide zaken is aangevoerd dat op basis van artikel 98 Sv het eerst aan de rechter-commissaris is om te beslissen over het beroep op het verschoningsrecht. De Hoge Raad is het daarmee eens. Beide zaken zijn teruggewezen naar de rechtbank om de zaak opnieuw te behandelen en af te doen. De Hoge Raad oordeelt in beide zaken exact gelijkluidend: ‘Nu de Rechtbank heeft vastgesteld dat de klager met betrekking tot die gegevens die op de inbeslaggenomen gegevensdragers zijn opgeslagen zich op zijn verschoningsrecht heeft beroepen en dat de Rechter-Commissaris daaromtrent (nog) niet heeft beslist, had de Rechtbank de behandeling van het klaagschrift dienen aan te houden en de stukken in handen van de Rechter-Commissaris moeten stellen teneinde een beschikking te geven als in art. 98, eerste lid, Sv bedoeld.’ Kortom, de rechter-commissaris is eerst aan zet na inbeslagneming van (potentieel) verschoningsgerechtigd materiaal. Ons inziens is dit oordeel terecht. Ook voorkomt het dat de betrokkene die het klaagschrift wenst te handhaven – ook indien de rechter-commissaris heeft beslist dat kennis mag worden genomen van het materiaal – opnieuw een klaagschrift moet indienen.

Wat is jouw ervaring in dit soort gevallen? Houdt de raadkamer de klaagschriftprocedure aan totdat de rechter-commissaris heeft beslist in de zin van artikel 98 Sv?

Geen reacties

Plaats een reactie