#171: Commuun versus fiscaal

De verhouding tussen het fiscale strafrecht en het commune strafrecht is niet altijd even duidelijk. Dit terwijl in de wet een ‘duidelijk’ onderscheid wordt gemaakt. Zo bepaalt artikel 69, lid 4, Sv dat als sprake is van een fiscaal delict als bedoeld in artikel 69, lid 1 en 2, AWR, de verdachte niet (ook) mag worden vervolgd voor valsheid in geschrifte als bedoeld in artikel 225, lid 2, Sr. Aan deze bepaling besteedden wij reeds aandacht op vaklunch.nl in #119 en #135. Een recent arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vestigt opnieuw de aandacht op de interpretatie van deze vervolgingsuitsluitingsgrond.

In artikel #135 behandelden wij het arrest van de Hoge Raad van 6 oktober 2015 dat ging over de vraag of het opnemen, verwerken of voorhanden hebben van valse facturen in een administratie een fiscaal delict oplevert in de zin van artikel 69 AWR. De Hoge Raad oordeelde dat de fiscale bewaar- en administratieplicht eveneens geldt ten aanzien van valse facturen en dat de feiten niet een strafbaar feit opleverden zoals ten laste gelegd.

In het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 juni 2016 is een andere situatie aan de orde. Het hof heeft feitelijk vastgesteld dat de verdachte een valse overeenkomst aan de Belastingdienst heeft overhandigd. Op basis van die overeenkomst maakte de belastingplichtige (ten onrechte) aanspraak op het vormen van een vervangingsreserve. Daardoor zou de belastingheffing over een behaalde boekwinst nog geruime tijd kunnen uitblijven. Het Openbaar Ministerie verwijt de verdachte in die zaak dat het gebruik heeft gemaakt van een valse overeenkomst in die zin dat de verdachte de overeenkomst aan de Belastingdienst heeft overhandigd en op die manier valselijk heeft doen willen voorkomen alsof recht bestond op de vervangingsreserve (artikel 225, lid 2, Sv).

Het hof oordeelt – conform het verweer van de verdediging – dat het tenlastegelegde feit ook onder de fiscale strafbepalingen van artikel 68 jo. artikel 69 AWR kan worden gebracht. Het gaat dan om het verwijt dat de verdachte aan de inspecteur een valse overeenkomst heeft overhandigd en/of verstrekt, onder meer met het doel de toepassing van de vervangingsreserve te verkrijgen. Immers is in artikel 68, lid 1, sub a, Sv bepaalt dat het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens aan de Belastingdienst een strafbaar (fiscaal) feit oplevert. Om die reden verklaart het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.

Wij menen dat deze interpretatie van het hof correct is. Dat streng wordt toegezien op het gebruik van de specialis zoals opgenomen in artikel 69 AWR, is ook logisch nu een lagere straf is bepaald in artikel 69, lid 1, AWR ten opzichte van artikel 225, lid 2, Sv. Deze zaak illustreert wederom het belang om in zaken met een fiscaal tintje en waarin de verdachte een verwijt wordt gemaakt van het gebruik maken van vals geschrift, altijd te onderzoeken of het Openbaar Ministerie wel een juiste tenlastelegging heeft opgesteld gelet op artikel 69, lid 4, AWR. Uiteraard moet het risico op een wijziging tenlastelegging worden onderkend. Maar ook dit arrest toont aan dat het Openbaar Ministerie daar niet altijd even scherp op is. Zelfs niet in hoger beroep.

Wij zijn benieuwd naar jouw ervaring met de vervolgingsuitsluitingsgrond van artikel 69, lid 4, AWR. Heb jij hiermee weleens succesvol een vervolging weten te voorkomen?

Geen reacties

Plaats een reactie