#128: Het zijn net mensen

De televisieserie ‘Kijk in de ziel van rechters’ zal velen van u niet ontgaan zijn. In de serie maakt de kijker kennis met rechters en de te nemen beslissingen waar zij iedere dag mee te maken hebben. Rechters worstelen dagelijks met moeilijke vraagstukken en afwegingen van belangen. In deze serie was te zien dat rechters net mensen zijn, emoties hebben en soms ook deze emoties in de rechtszaal laten zien. Soms gaat dat te ver en wekt dat de schijn van partijdigheid. In dat geval kan de rechter gewraakt worden basis van artikel 512 Sv omdat hij zich niet als onbevangen en onpartijdige procespartij laat zien. Rechters mogen niet de schijn van partijdigheid wekken. Over de vraag of het wrakingsverzoek terecht is geweest beslissen doorgaans collega-rechters. De vraag is of een collega-rechter – ook een mens – onpartijdig over zijn directe collega kan oordelen. Om ook deze schijn te voorkomen en te onderzoeken of de behandeling van een wrakingsverzoek door een externe kamer bijdraagt aan het vertrouwen van rechtzoekende als het aankomt op wraking, is in 2014 de pilot ‘externe wrakingskamer’ opgezet. Heeft deze pilot nu een kritischere wrakingskamer opgeleverd?

Op rechtspraak.nl is het wrakingsprotocol te vinden. Daaruit blijkt dat gedurende de pilot de wrakingskamer van het Hof Den Haag een wrakingszaak ter behandeling kan verwijzen naar de wrakingskamer van het Hof Amsterdam, en andersom. Het Hof waarnaar is verwezen zal de zaak behandelen. Den Haag beslist aldus over Amsterdam en Amsterdam over Den Haag.

Onlangs heeft het Hof Den Haag een interessante wrakingsbeslissing genomen over de behandeling van een zaak door het Hof Amsterdam. In deze zaak was bij de verzoeker de vrees ontstaan dat de strafkamer vooringenomenheid tegen hem koesterde. Ter zitting in hoger beroep van 11 mei 2015 is verzocht een tweetal getuigen te horen. De getuigen zouden kunnen verklaren in het kader van de vraag of verzoeker rechthebbende is geweest van een aantal bankrekeningen. Verzoeker ontkende dat. De vraag was relevant om te beoordelen of verzoeker de vraag van de Ontvanger naar waarheid ontkennend heeft beantwoord, zodat geen sprake was van overtreding van artikel 64 jo. 65 van de Invorderingswet.

De strafkamer heeft het verzoek deze getuigen te horen afgewezen. Daarbij is overwogen dat ‘de verdediging ten onrechte ervan uitgaat dat nog onduidelijk zou zijn of de [bankrekeningen] aan de verzoeker kunnen worden toegerekend, aangezien deze rekeningen bij onherroepelijke uitspraak van de rechtbank Breda van 3 maart 2004 aan de verzoeker zijn toegerekend.’ Bij de wrakingskamer werd geklaagd over deze gang van zaken nu de strafkamer vooruitgelopen zou zijn op een bij eindarrest te nemen beslissing.

De externe wrakingskamer stelt voorop dat een wraking niet mag worden gebruikt als een verkapt rechtsmiddel. Grond voor wraking bestaat alleen als uit een beslissing een zwaarwegende aanwijzing van vooringenomenheid volgt. De wrakingskamer oordeelde dat het oordeel van het Hof en de motivering het verzoek getuigen te horen af te wijzen raakt aan de tenlastelegging. Deze beslissing had eerst bij de eindbeslissing over de zaak aan de orde mogen komen. Dit geldt temeer nu door de strafkamer werd verwezen naar een onherroepelijke civiele uitspraak waarbij de verdachte geen partij was en zich dus niet heeft kunnen verdedigen. De wrakingskamer concludeerde aldus dat het afwijzen van het getuigenverzoek een zwaarwegende aanwijzing van vooringenomenheid bevat en wees het wrakingsverzoek toe.

Hoewel er nog maar een beperkt aantal wrakingsverzoeken is beoordeeld in het format van deze pilot, lijkt de beoordeling van het wrakingsverzoek kritischer dan tot nog toe veelal in de jurisprudentie is gebleken als het aankomt op het wraken van een rechter die vooruitloopt op de nog te nemen eindbeslissing (zie bijvoorbeeld Rechtbank Rotterdam, 5 februari 2014). Ons inziens is dit een juist signaal naar de rechterlijke macht om kritisch om te gaan met de belangen van de verdachte. Aan een leek – en veelal ook aan professionals – is niet uit te leggen dat de rechter die over ‘zijn lot’ beslist gedurende het onderzoek al een beslissing lijkt te hebben genomen. Dit oordeel zal ons inziens bijdragen aan het doel van de pilot, namelijk het vergroten van het vertrouwen in de rechtspraak van de rechtszoekende.

Wat is jouw ervaring met wrakingsverzoeken die zijn behandeld door een verwijzingshof in het kader van deze pilot? Zijn de wrakingsrechters van het ene Hof kritischer op de rechters van het andere Hof?

Geen reacties

Plaats een reactie