#119: Het fiscale strafrecht als specialis

Het fiscale strafrecht heeft op een enkel gebied zijn eigen regels en eigenaardigheden. Dit blijkt reeds uit de vervolgingsuitsluitingsgrond van artikel 69 lid 4 AWR. In dit artikel is bepaald dat, indien een fiscaal delict kan worden gekwalificeerd als een delict onder artikel 69 eerste en tweede lid AWR, de verdachte ter zake niet (ook) mag worden vervolgd voor valsheid in geschrifte als bedoeld in artikel 225 tweede lid van het Wetboek van Strafrecht. Niettemin blijken dergelijke vervolgingen in de praktijk met enige regelmaat voor te komen. Op www.rechtspraak.nl zijn negentien publicaties over dit onderwerp te vinden. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft zich op 9 juni 2015 nog over dit onderwerp uitgelaten. Het lijkt erop dat de feitenrechters verdeeld blijven over de reikwijdte van deze uitsluitingsgrond.

De verdachte werd in de zaak waar Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch zich over uitliet vervolgd voor het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte omzetbelasting en subsidiair van het opmaken van een vals geschrift, zijnde de betreffende aangifte omzetbelasting. Hoewel het valselijk opmaken van een geschrift onder het eerste lid van artikel 225 Sr valt, heeft de verdediging bepleit dat ook hierop de vervolgingsuitsluitingsgrond van artikel 69 vierde lid AWR, van toepassing is. De verdediging heeft in dit verband het vonnis van Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 februari 2013 (ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ1739) onder de aandacht van het Hof gebracht. In dat vonnis overwoog de Rechtbank dat er gevallen denkbaar zijn waarin een vervolging op grond van het eerste lid van artikel 225 Sr in strijd is met het vierde lid van artikel 69 AWR.

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft hier kennelijk een andere opvatting over. Het Hof oordeelt dat het de uitdrukkelijke keuze is geweest van de wetgever om de vervolgingsuitsluitingsgrond van artikel 69 vierde lid AWR te beperken tot die gevallen waarin de tenlastelegging is toegesneden op artikel 225 tweede lid Sr. Het Hof oordeelt dat het in dat geval niet aan de rechter is om deze vervolgingsuitsluitingsgrond uit te breiden.

De vervolgingsuitsluitingsgrond is in ons wettelijk systeem gekomen naar aanleiding van een rapportage van de Commissie Van Slooten. Hoewel dit rapport slechts ter inzage heeft gelegen en niet is gepubliceerd, geeft de parlementaire geschiedenis een beeld van wat hierin heeft gestaan. In de memorie van toelichting bij de betreffende wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen staat bijvoorbeeld dat een vervolging op grond van artikel 225, tweede lid, ook geen recht doet aan de bijzonderheden van het fiscale strafrecht zoals de inkeerregeling en de rol van de fiscus in de vervolging. Hoewel de parlementaire geschiedenis inderdaad zwijgt over artikel 225 eerste lid, is wel duidelijk dat de specialis van het fiscale regime belangrijk wordt gevonden en hier niet zomaar aan voorbij mag worden gegaan. In zoverre is er zeker wat voor te zeggen dat fiscale delicten niet via het commune stelsel worden berecht en aldus het doel en de strekking van de wet om een bredere interpretatie van de vervolgingsuitsluitingsgrond vragen. Zo niet, dan ligt hier wellicht een schone taak voor de wetgever.

In ieder geval is het voor de verdediging van belang om de specialis van het fiscale strafrecht te blijven onderkennen en erop toe te zien dat het Openbaar Ministerie hier niet aan voorbij gaat door ongepast het commune strafrecht in te zetten. Gezien de verdeeldheid in de jurisprudentie over de reikwijdte van deze vervolgingsuitsluitingsgrond, ligt het speelveld hiervoor nog open. Over de ruimte van dit speelveld is dit jaar nog een artikel verschenen in het tijdschrift Onderneming & Strafrecht in de praktijk waar de nodige handvatten uit kunnen worden gehaald.[1]

Hoe vaak zie jij dat het Openbaar Ministerie het fiscale strafrecht probeert te omzeilen door commune delicten ten laste te leggen? Doe jij in dat geval een beroep op de vervolgingsuitsluitingsgrond van artikel 69 vierde lid AWR? En hoe gaat de rechter daarmee om?

[1] W. de Vries, ‘De reikwijdte van de vervolgingsuitsluitingsgrond van artikel 69 lid 4 AWR: Drie vragen, drie antwoorden’ Tijdschrift ondernemingen & strafrecht in de praktijk, Sdu, nummer 1 februari 2015.

Geen reacties

Plaats een reactie