#118: Audio-opname zitting wenselijk voor controle proces-verbaal

Het proces-verbaal van de zitting blijft de gemoederen bezighouden. En dat is, gelet op de functie ervan, ook terecht. Het proces-verbaal van de zitting is de belangrijkste kenbron van hetgeen is voorgevallen ter zitting. Als iets niet in het proces-verbaal is opgenomen, is het in beginsel – juridisch gezien – ook niet gebeurd. Met de modernisering van het Wetboek van Strafvordering in het vooruitzicht, zullen ook de regels omtrent het proces-verbaal onder de loep moeten worden genomen. De hamvraag is of – gelet op de waarde die aan de inhoud van het proces-verbaal wordt gehecht – niet meer waarde aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het proces-verbaal en de mogelijkheid dat te toetsen moet worden gehecht.

Artikel 326 lid 1 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de griffier aantekeningen maakt van hetgeen tijdens de zitting voorvalt. Blijkens het tweede lid bevat het de zakelijke inhoud van verklaringen van bijvoorbeeld getuigen, deskundigen of verdachten. Indien de officier van justitie of de verdediging daarom verzoekt, kan woordelijk worden uitgewerkt wat de getuige of de verdachte zegt. In zowel de zakelijke uitwerking van hetgeen voorvalt ter zitting als de woordelijke uitwerking kunnen fouten sluipen. Vergissingen kunnen worden gemaakt met de uitwerking van het proces-verbaal, vooral indien wordt verklaard over een technisch onderwerp waar nuanceringen van belang zijn. Ook sluipt de interpretatie van de griffier – die het politiedossier ter voorbereiding op de zitting ook heeft gelezen – gemakkelijk in de zakelijke weergave van de verklaring. Dat kan tot gevolg hebben dat de verslaglegging van de griffier niet overeenkomt met de afgelegde verklaring ter zitting.

In de huidige wettelijke regeling bestaat geen mogelijkheid om te toetsen of het proces-verbaal juist is. In de huidige tijdsgeest van transparantie betreft dit een absoluut ondoorzichtig gedeelte van het strafproces. Op basis van artikel 326 lid 2 Wetboek van Strafvordering beslist de rechter over het proces-verbaal indien daarover discussie bestaat. Maar waar baseert de rechter zich dan op? Dat zijn de aantekeningen van de griffier die soms reeds enkele maanden oud zijn omdat het proces-verbaal van de zitting enkel wordt opgemaakt indien een rechtsmiddel tegen de uitspraak wordt aangewend. Kortom, zonder opname van de zitting zal dat bepaald geen sinecure zijn.

In de contourennota is gelukkig aandacht besteed aan dit probleem. In die nota is het volgende opgenomen: ‘Om de kwaliteit van de verslaglegging in het proces-verbaal te borgen zal ik in de wet een grondslag opnemen voor een regeling met betrekking tot het maken van een audio-opnamen van (onderdelen van) de terechtzitting in verband met de vaststelling van het proces-verbaal van de terechtzitting. (…) In het nieuwe wetboek zal worden voorzien in de mogelijkheid voor de verdediging en het Openbaar Ministerie om de audio-opname na afloop van de zitting uit te luisteren ter controle van de verslaglegging in het proces-verbaal.’ Ons inziens is dit een hele welkome aanvulling op de huidige wettelijke regeling.

Toch zijn in de vakliteratuur ook andere geluiden te horen. Zo vraagt mr. A.R. Veldt – stafjurist A bij het Gerechtshof ’s Hertogenbosch – in zijn bijdrage in zowel het Strafblad[1] van deze maand en in Trema[2] zich af waarom de invoering van een dergelijke regeling binnen het strafrecht wenselijk wordt geacht. Hij schrijft dat in de praktijk zelden blijkt dat zich onvolkomenheden in het proces-verbaal voordoen. Als dat wel het geval is, dan blijkt vaak sprake te zijn van kennelijke vergissingen. In de praktijk zijn echter vele voorbeelden te noemen waarin de nuanceringen van een afgelegde verklaring niet voldoende blijken uit het proces-verbaal of erger. Dergelijke nuanceringen passen wellicht niet binnen ‘een zakelijke weergave’ van hetgeen is voorgevallen en worden om die reden niet hersteld. Dat neemt niet weg dat die nuanceringen wel van wezenlijk belang kunnen zijn voor de zaak die behandeld moet worden. Je kunt dan als verdediging op je kop gaan staan, maar het proces-verbaal wordt niet aangepast. Zonder de controle mogelijkheden zullen dergelijke fouten ook niet aan het licht komen. Over waarheidsvinding gesproken.

Mr. Veldt concludeert dat volstaan zou moeten worden met vertrouwen in de voorzitter en de griffier ten aanzien van de verslaglegging van de zitting. Ons inziens wordt de aankondiging dat audio-opnamen van zittingen wettelijk geregeld worden ten onrechte als ‘motie van wantrouwen’ opgevat. Het is een moderne manier om toetsing van de inhoud van het proces-verbaal achteraf mogelijk te maken. Een moderne manier die past bij de huidige tijd en ook bij de modernisering van het Wetboek van Strafvordering. Is het niet ook voor de griffier prettig om een bron ‘achter de hand’ te hebben om uit te putten als zijn aantekeningen niet helder (genoeg) blijken? En geldt niet hetzelfde voor de rechter?

De tijd die gepaard gaat met het uitluisteren van audio-opnames is ook een zorg die wordt geuit door mr. Veldt. Die zorg is niet per definitie terecht. In de nota is opgenomen: ‘Ter voorkoming van een overbelasting van het justitiële apparaat blijft wel uitgangspunt dat in het algemeen kan worden volstaan met de weergave van de zakelijke inhoud van verklaringen. De huidige regeling in artikel 326, tweede lid, blijft op dit punt gehandhaafd. In de lijn van de laatstgenoemde bepaling zal bovendien gelden dat in geval van discussie over de weergave in het proces-verbaal het laatste woord aan de zittingsrechter(s) is.’ Slechts indien discussie bestaat over de inhoud van het proces-verbaal wordt de opname uitgeluisterd. Overigens bestaat in de huidige moderne tijd software om het uitluisteren en uitwerken gemakkelijker te maken. Dus ook de zorg over gigantische hoeveelheid tijd die ermee gemoeid zal zijn hoeft geen realiteit te worden.

Wat is jouw ervaring met de huidige wijze waarop het proces-verbaal wordt opgesteld en kan worden gecontroleerd? Is een wettelijke wijziging op dit punt noodzakelijk?

[1] Mr. A.R. Veldt, ‘Het onderzoek ter terechtzitting en het proces-verbaal – een blik vanuit de praktijk’,  Strafblad, mei 2015, p. 127 – 137.

[2] Mr. A.R. Veldt, ‘Het onderzoek ter terechtzitting en het proces-verbaal – een blik vanuit de praktijk’, TREMA, mei 2015, p. 140 – 150.

1 Comment

Plaats een reactie