#104: Het alternatieve scenario

Heeft de verdachte het gedaan of niet? Om die vraag te beantwoorden is niet alleen van belang of sprake is van wettig bewijs. Dat bewijs moet ook overtuigend zijn. Als dat niet het geval is, kan geen veroordeling volgen. Het schetsen van een alternatief scenario dat op basis van de beschikbare bewijsmiddelen ook kan hebben plaatsgevonden – niet zijnde hetgeen ten laste is gelegd – kan aan die rechterlijke overtuiging in de weg staan. Het gaat dus om het subjectieve oordeel van de rechter. Het moet uiteraard wel om een geloofwaardig alternatief scenario gaan dat met zoveel mogelijk bewijs moet zijn omgeven. In de praktijk lijkt het fenomeen van het alternatieve scenario aan populariteit te winnen. Maar wanneer is een dergelijk verweer zinvol?

Het is aan de rechters om een beslissing te nemen op basis van het beslismodel van de artt. 348 en 350 Wetboek van Strafvordering. De vragen die beantwoord dienen te worden zijn i) is er bewijsmateriaal voor het ten laste gelegde, ii) wordt het materiaal toegelaten als bewijsmiddel; iii) zijn er voldoende bewijsmiddelen om tot een bewezenverklaring te kunnen komen en iv) is de rechter overtuigd dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan? Het alternatieve scenario komt aan de orde bij de laatste vraag. Het is dus aan de verdediging om de rechter ervan te overtuigen dat het scenario, zoals door het Openbaar Ministerie gekoppeld aan de bewijsmiddelen, niet aannemelijk is.

De term ‘alternatief scenario’ komt veelvuldig voor in de jurisprudentie en vakliteratuur.[1] In de jurisprudentie zijn de nodige voorbeelden te vinden waar het geschetste alternatieve scenario resulteerde in vrijspraak van de verdachte. Zo sprak rechtbank Amsterdam in het vonnis van 29 oktober 2014 de verdachte vrij omdat de verdachte en de medeverdachte een alternatief scenario hadden geschetst waarvan niet kon worden gezegd dat het strijdig was met de bewijsmiddelen in het dossier. De rechtbank oordeelde: ‘dit alternatieve scenario past net zo goed bij de bewijsmiddelen als het scenario dat door aangever is geschetst. Nu de rechtbank onvoldoende objectieve aanknopingspunten heeft om voor het ene, dan wel het andere scenario te kunnen kiezen, kan het ten laste gelegde niet bewezen worden verklaard. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.’ In dit geval was van rechterlijke overtuiging dat de verdachte het gedaan had – ondanks het wettige bewijs – dus geen sprake.

Overigens heeft ook de Hoge Raad zich uitgelaten over het juridisch kader van het alternatieve scenario. In het arrest van 16 maart 2010 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat als een verdachte het ten laste gelegde bestrijd met een alternatief scenario dat strookt met de bewijsmiddelen, de rechter die alternatieve gang van zaken zal moeten weerleggen als hij daarvan niet overtuigd is en het verweer niet slaagt. ‘Dat kan geschieden door opneming van bewijsmiddelen of vermelding, al dan niet in een nadere bewijsoverweging, van aan wettige bewijsmiddelen te ontlenen feiten en omstandigheden die de alternatieve lezing van de verdachte uitsluiten. Een dergelijke weerlegging is echter niet steeds vereist. In voorkomende gevallen zal de rechter ter weerlegging kunnen oordelen dat de door de verdachte gestelde alternatieve toedracht niet aannemelijk is geworden dan wel dat de lezing van de verdachte als ongeloofwaardig terzijde moet worden gesteld. Ten slotte kunnen zich gevallen voordoen waarin de lezing van de verdachte zo onwaarschijnlijk is, dat zij geen uitdrukkelijke weerlegging behoeft.’

Duidelijk is dat de rechter een afwijzing van een verweer beter moet motiveren naarmate het alternatieve scenario aannemelijker is. Daarbij komt het naast de feiten in het bijzonder aan op de overtuigingskracht van de verdediging.

Op vrijdag 8 en zaterdag 9 mei a.s. organiseert de Nederlandse Vereniging voor Jonge Strafrechtadvocaten de jaarlijkse Nationale Strafrechtgame. Leden van de NVJSA kunnen zich nu inschrijven. Dit jaar zal het evenement plaatsvinden onder de titel ‘Het alternatief scenario, de overtuigingskracht van de advocaat’ en zal aan dit onderwerp in het bijzonder aandacht worden geschonken.

Wat is jouw ervaring met het schetsen van een alternatief scenario? Zijn er zaken die zich bij uitstek lenen voor het schetsen van een alternatief scenario? Vind jij dat de verdediging/justitie voldoende oog heeft voor het alternatieve scenario in het dossier?

[1] Zie daartoe bijvoorbeeld aflevering 6 van het Strafblad van 2014 over Waarheidsvinding. Onder meer in de bijdrage van C.P.M. Cleiren en M.J. Dubelaar getiteld De betekenis van het scenariodenken voor het bewijs op grondslag van de tenlastelegging en de rechterlijke onderzoeksplicht komt het alternatief scenario aan de orde.

Geen reacties

Plaats een reactie